Waar kijk ik naar
Ik kijk naar een bouwknoop waarbij een Dakstand XLaansluit op een lagere Muurvoet bij gevelmetselwerk. De aansluiting ligt bij een hoek, waardoor dit detail een combinatie vormt van de aansluiting tussen Dakstand XL en Muurvoet én de hoekoplossing van de waterkering.
De Dakstand XL wordt in dit detail vóór de Muurvoetgeplaatst, omdat bij de aansluiting op het casco het hoogste element voorrang heeft.
De Dakstand XL wordt uitgevoerd met optie AC(L/R). Dit is de aansluiting op het casco. Op de Dakstand XL wordt fabrieksmatig een opzetblok aangebracht om voldoende hoogte te maken voor de waterkering. Dit opzetblok is twee lagen metselwerk hoog.
Bij dit opzetblok wordt een losse buitenhoek voor de waterkering meegeleverd. Deze losse buitenhoek moet in het werk worden aangebracht en waterdicht worden aangesloten op de overige waterkerende lagen.
De lagere Muurvoet wordt uitgevoerd met optie AD(L/R). Deze optie zorgt ervoor dat er voldoende waterkering beschikbaar is om de aansluiting tussen Muurvoet en Dakstand XL in het werk waterdicht af te werken.
Het kritische punt in dit detail is de waterkerende aansluiting tussen de lagere Muurvoet, de Dakstand XL, het opzetblok en de losse buitenhoek van de waterkering. De verwerker vormt hierbij in het werk een waterkerende aansluiting tegen de Dakstand XL.
Daarnaast is de aansluiting tussen het gevelmetselwerk en de Dakstand XL kritisch. Het metselwerk mag niet hard tegen de Dakstand XL aansluiten. Deze aansluiting moet gedilateerd en duurzaam wind- en waterdicht worden afgewerkt.
De dakrand wordt afgewerkt met een houten dekplank met daktrim. Bij dit detail moet ook rekening worden gehouden met de opbouw van de Dakstand XL, waaronder de houten balusters en de bevestiging aan de constructieve vloer en/of wand.
Voor de Modelleur
Bij dit detail sluit een Dakstand XL aan op een lagere Muurvoet bij gevelmetselwerk. De aansluiting bevindt zich bij een hoek, waardoor de positie van de Dakstand XL, de lagere Muurvoet, het opzetblok en de waterkering nauwkeurig op elkaar moet worden afgestemd.
Controleer in het model of de Dakstand XL als hoogste element correct is gepositioneerd bij de aansluiting op het casco. Bij deze aansluiting krijgt het hoogste element voorrang. Daarom wordt in dit detail eerst de Dakstand XL geplaatst en daarna pas de Muurvoet.
Controleer of de Dakstand XL is uitgevoerd met optie AC(L/R). Deze optie vormt de aansluiting op het casco en is bepalend voor de positie van de Dakstand XL ten opzichte van de constructieve vloer en/of wand.
Controleer of de Dakstand XL is gemodelleerd met het fabrieksmatig aangebrachte opzetblok. Dit opzetblok is twee lagen metselwerk hoog en zorgt voor voldoende hoogte om de waterkering boven de Dakstand XLgoed aan te kunnen brengen.
Bij dit opzetblok wordt een losse buitenenhoek voor de waterkering meegeleverd. Modelleer en controleer voldoende ruimte om deze losse buitenhoek in het werk aan te brengen en waterdicht aan te sluiten op de overige waterkerende lagen.
Controleer of de lagere Muurvoet is uitgevoerd met optie AD(L/R). Deze optie zorgt ervoor dat er voldoende waterkering beschikbaar is om de aansluiting tussen de Muurvoet en de Dakstand XLin het werk waterdicht af te werken.
De waterkerende aansluiting moet zodanig worden voorbereid dat de verwerker in het werk een waterkerende aansluiting tegen de Dakstand XL kan maken. Controleer daarom de positie van de Muurvoet, de Dakstand XL, het opzetblok en de losse buitenhoek van de waterkering ten opzichte van elkaar.
Controleer ter plaatse van de aansluiting tussen het gevelmetselwerk en de Dakstand XL of voldoende ruimte is opgenomen voor een dilatatie/voeg. Het metselwerk mag niet hard tegen de Dakstand XLaansluiten, zodat werking van het metselwerk geen druk uitoefent op de Dakstand XL.
Deze aansluiting moet in de uitvoering duurzaam wind- en waterdicht kunnen worden afgewerkt. Modelleer de aansluiting daarom zodanig dat regenwater niet door winddruk in de naad tussen het metselwerk en de Dakstand XL kan worden geblazen.
Controleer of de houten balusters van de Dakstand XLen de bijbehorende vloer- en/of wandankers correct zijn gepositioneerd ten opzichte van de constructieve vloer en/of wand. De Dakstand XL is opgebouwd als een met houten balusters verstevigde Dakstand; de bouwkundige aansluiting wordt per project bepaald met vloer- en/of wandankers.
Controleer dat de balusters, vloerankers, wandankers en stelruimte niet conflicteren met de lagere Muurvoet, het opzetblok, de losse buitenhoek van de waterkering, de dakopbouw of de dakrandafwerking.
Wanneer een optionele balusterjas wordt toegepast, controleer dan of hiervoor voldoende ruimte aanwezig is aan de gevelzijde van de Dakstand XL. De balusterjas is bedoeld als optionele aansluiting op gevelisolatie en wordt rechtstreeks op de balusters bevestigd.
Controleer tot slot of de houten dekplank met daktrim correct kan aansluiten op de Dakstand XL, de lagere Muurvoet, het opzetblok, het metselwerk en de waterkerende lagen. De daktrimafwerking mag de waterkering niet beschadigen, afknellen of blokkeren.
Voor tijdens de Uitvoering
Neem de verwerkingsvoorschriften van de Dakstand XLen de Muurvoet grondig door en volg deze voorschriften op. Deze tekst is bedoeld als aanvulling op de verwerkingsvoorschriften voor deze specifieke bouwknoop.
Let er bij dit detail op dat de Dakstand XL eerst wordt geplaatst en daarna pas de lagere Muurvoet. Bij de aansluiting op het casco heeft het hoogste element voorrang.
Stap 1 — Ondergrond en maatvoering controleren
Controleer vóór plaatsing of de maatvoering van de Dakstand XL, de lagere Muurvoet, het hoekdetail, het metselwerk, de dakopbouw, de houten dekplank, de daktrim en de waterkering overeenkomt met de projectspecifieke detaillering.
Controleer vooral de aansluiting op het casco. De Dakstand XL wordt uitgevoerd met optie AC(L/R) en moet als eerste element correct worden gepositioneerd.
Controleer ook of er voldoende ruimte is om de losse buitenhoek van de waterkering boven het opzetblok en de waterkerende aansluiting tussen Dakstand XL en Muurvoet in het werk correct uit te voeren.
Stap 2 — Dakstand XL plaatsen
Plaats eerst de Dakstand XL conform de werktekening en het verwerkingsvoorschrift. De werktekening is nodig voor de juiste positie en typeaanduiding van de elementen. Volgens het verwerkingsvoorschrift worden eerst de hoeken geplaatst, daarna de bijzondere elementen en vervolgens de overige elementen.
Controleer of de Dakstand XL is uitgevoerd met optie AC(L/R). Deze optie vormt de aansluiting op het casco.
Controleer tijdens plaatsing of de houten balusters, vloerankers en/of wandankers correct kunnen worden bevestigd aan de constructieve vloer en/of wand.
Controleer dat de Dakstand XL waterpas en stabiel staat voordat de lagere Muurvoet wordt geplaatst.
Controleer na het plaatsen, stellen en verankeren van de Dakstand XL of de aansluiting tussen het element en de ondergrond luchtdicht wordt afgewerkt. Schuim de naad tussen de Dakstand XL en de dakvloer en de onderlinge aansluitingen tussen de elementen af met Flex-PUR of montage-PUR. Snijd overtollige PUR na uitharden weg.
Stap 3 — Opzetblok en losse buitenhoek waterkering controleren
Controleer of het fabrieksmatig aangebrachte opzetblok op de Dakstand XL aanwezig is en correct is gepositioneerd. Dit opzetblok is twee lagen metselwerk hoog en zorgt voor voldoende hoogte om de waterkering aan te kunnen brengen.
Controleer of de los meegeleverde buitenhoek voor de waterkering aanwezig is. Deze buitenhoek moet in het werk worden aangebracht.
Breng de losse buitenhoek van de waterkering boven het opzetblok zorgvuldig aan volgens de projectspecifieke detaillering. Controleer dat deze buitenhoek goed aansluit op de overige waterkerende lagen, voldoende overlap heeft en niet beschadigd, geplooid of afgekneld wordt.
Stap 4 — Lagere Muurvoet plaatsen
Plaats na de Dakstand XL de lagere Muurvoet.
Controleer of de Muurvoet is uitgevoerd met optie AD(L/R). Deze optie zorgt ervoor dat er voldoende waterkering aanwezig is om de aansluiting tussen de lagere Muurvoet en de Dakstand XLwaterdicht te kunnen maken.
Controleer vóór het definitief stellen of de positie van de Muurvoetgoed aansluit op de Dakstand XL, het opzetblok, de losse binnenhoek van de waterkering, het metselwerk en de dakopbouw.
Stap 5 — Waterkerende aansluiting tussen Muurvoet en Dakstand XL maken
Maak de waterkerende aansluiting tussen de lagere Muurvoeten de Dakstand XL in het werk.
Gebruik de waterkering van de Muurvoet met optie AD(L/R)om voldoende aansluiting te maken op de Dakstand XL. De verwerker vormt hierbij in het werk een waterkerende aansluiting tegen de Dakstand XL.
Controleer dat de waterkering voldoende overlap heeft, vrij ligt van beschadigingen en niet onder spanning, met tegenschot of met open naden wordt aangebracht.
Stap 6 — Dakbedekking, dekplank en daktrim afstemmen
Breng de dakbedekking aan conform de projectspecifieke dakdetails en de voorschriften van de dakbedekkingsfabrikant. De Dakstand XLis voorzien van een universele cacheerlaag en kan worden afgewerkt met verschillende dakbedekkingsmaterialen volgens de voorschriften van de fabrikant en geldende vakrichtlijnen.
Controleer dat de dakbedekking en de waterkering als afzonderlijke waterkerende lagen goed op elkaar zijn afgestemd.
Breng daarna de houten dekplank en daktrim aan volgens de projectspecifieke detaillering. Controleer dat de dekplank en daktrim de waterkering niet beschadigen, afknellen of blokkeren.
Stap 7 — Balusterjas en gevelzijde controleren
Wanneer een optionele balusterjas wordt toegepast, controleer dan of deze correct kan worden aangebracht aan de gevelzijde van de Dakstand XL.
De balusterjas is bedoeld als optionele aansluiting op gevelisolatie en wordt met meegeleverde schroeven en isolatieplaatjes rechtstreeks op de balusters bevestigd.
Controleer dat de balusterjas geen conflict veroorzaakt met de waterkering, de gevelafwerking, de Muurvoet, het opzetblok of de dakrandafwerking.
Stap 8 — Aansluiting metselwerk op Dakstand XL controleren
Controleer vóór het metselen of er voldoende ruimte aanwezig is tussen het gevelmetselwerk en de Dakstand XL.
Het metselwerk mag niet hard tegen de Dakstand XLaansluiten. Ter plaatse van deze aansluiting moet een dilatatie/voeg worden aangehouden, zodat werking van het metselwerk geen druk uitoefent op de Dakstand XL.
Werk deze aansluiting duurzaam wind- en waterdicht af. De voeg moet zodanig worden uitgevoerd dat winddruk geen regenwater in de naad tussen het metselwerk en de Dakstand XL kan blazen.
Controleer dat deze afdichting de werking van de dilatatie niet blokkeert en dat de aansluiting blijvend aansluit op de overige waterkerende lagen van het detail.
Controle
· Controleer of de Dakstand XL vóór de lagere Muurvoet is geplaatst.
· Controleer of bij de aansluiting op het casco het hoogste element als uitgangspunt is genomen.
· Controleer of de Dakstand XL is uitgevoerd met optie AC(L/R).
· Controleer of de lagere Muurvoet is uitgevoerd met optie AD(L/R).
· Controleer of de Muurvoet hier géén hoekelement is, maar een Muurvoet met optie AD(L/R).
· Controleer of het fabrieksmatig aangebrachte opzetblok op de Dakstand XL aanwezig is en correct is gepositioneerd.
· Controleer of het opzetblok twee lagen metselwerk hoog is.
· Controleer of de los meegeleverde buitenhoek voor de waterkering aanwezig is en in het werk correct is aangebracht.
· Controleer of de losse buitenhoek van de waterkering goed aansluit op de waterkering boven het opzetblok en op de overige waterkerende lagen.
· Controleer of de waterkering boven het opzetblok voldoende overlap heeft en vrij is van beschadigingen, plooien, open naden en tegenschot.
· Controleer of de waterkering van de Muurvoetvoldoende materiaal geeft om de aansluiting met de Dakstand XLwaterdicht uit te voeren.
· Controleer of in het werk een waterkerende aansluiting tegen de Dakstand XL is gevormd.
· Controleer of de aansluiting tussen Muurvoet, Dakstand XL, opzetblok, losse buitenhoek en waterkering zodanig is uitgevoerd dat water niet achter of onder de waterkering kan komen.
· Controleer of de Dakstand XL waterpas, stabiel en conform de projectspecifieke werktekening is geplaatst.
· Controleer of de houten balusters, vloerankers en/of wandankers correct zijn bevestigd aan de constructieve vloer en/of wand.
· Controleer of de aansluiting tussen de Dakstand XL en de ondergrond luchtdicht is afgewerkt en of de naden tussen de elementen zijn afgeschuimd met Flex-PUR of montage-PUR.
· Controleer of de dakbedekking en de waterkering als afzonderlijke waterkerende lagen correct op elkaar zijn afgestemd.
· Controleer of de houten dekplank met daktrim correct kan worden aangebracht.
· Controleer of de houten dekplank en daktrim de waterkering niet beschadigen, afknellen of blokkeren.
· Controleer, wanneer een optionele balusterjaswordt toegepast, of deze voldoende ruimte heeft en geen conflict veroorzaakt met de waterkering, gevelafwerking, Muurvoet, opzetblok of dakrandafwerking.
· Controleer vóór en tijdens het metselen of het gevelmetselwerk niet hard tegen de Dakstand XL aansluit.
· Controleer of tussen metselwerk en Dakstand XL een dilatatie/voeg aanwezig is, zodat werking van het metselwerk geen druk uitoefent op de Dakstand XL.
· Controleer of deze voeg duurzaam wind- en waterdicht is afgewerkt.
· Controleer of winddruk geen regenwater in de naad tussen metselwerk en Dakstand XL kan blazen.
· Controleer of de afdichting van deze voeg de werking van de dilatatie niet blokkeert.

Hoekaansluiting Dakstand-XL en Muurvoet met daktrim
.
tik op de afbeelding voor 3D weergave
De Tekenhulp berekent automatisch de passende Dakstand en Muurvoet voor jouw project en genereert direct het bijbehorende detail.
