top of page

Waar kijk ik naar

Ik kijk naar een bouwknoop waarbij een Dakstand XLmet optie BB(L/R) aansluit op een lagere Muurvoet met optie AD(L/R)bij gevelmetselwerk.

In dit detail wordt de aansluiting van de binnenhoek van het lagere metselwerk en de buitenhoek van het hogere metselwerkopgelost in de Dakstand XL. De Dakstand XL heeft hiervoor de optie BB(L/R). Deze optie combineert de aansluiting op het casco met de hoekoplossing in het metselwerk.

De Dakstand XL wordt in dit detail vóór de Muurvoetgeplaatst, omdat bij de aansluiting op het casco het hoogste element voorrang heeft.

Op de Dakstand XL wordt fabrieksmatig een opzetblok aangebracht om voldoende hoogte te maken voor de waterkering. Dit opzetblok is twee lagen metselwerk hoog.

Bij dit detail wordt een losse buitenhoek voor de waterkering meegeleverd. Deze buitenhoek moet in het werk worden aangebracht en waterdicht worden aangesloten op de overige waterkerende lagen.

De aansluitende lagere Muurvoet wordt uitgevoerd met optie AD(L/R). Deze optie zorgt ervoor dat er voldoende waterkering beschikbaar is om de aansluiting tussen Muurvoet en Dakstand XLin het werk waterdicht af te werken.

Het kritische punt in dit detail is de combinatie van de waterkerende aansluiting, de hoekoplossing in de Dakstand XL en de horizontale dilatatie ter plaatse van de hoekaansluiting. De horizontale dilatatie moet vrij kunnen functioneren en mag niet worden geblokkeerd door metselwerk, waterkering, dakbedekking of daktrimafwerking.

De dakrand wordt afgewerkt met een houten dekplank met daktrim. Bij dit detail moet ook rekening worden gehouden met de opbouw van de Dakstand XL, waaronder de houten balusters en de bevestiging aan de constructieve vloer en/of wand.

Voor tijdens de Uitvoering

Neem de verwerkingsvoorschriften van de Dakstand XLen de Muurvoet grondig door en volg deze voorschriften op. Deze tekst is bedoeld als aanvulling op de verwerkingsvoorschriften voor deze specifieke bouwknoop.

Let er bij dit detail op dat de Dakstand XL eerst wordt geplaatst en daarna pas de lagere Muurvoet. Bij de aansluiting op het casco heeft het hoogste element voorrang.

Stap 1 — Ondergrond en maatvoering controleren

Controleer vóór plaatsing of de maatvoering van de Dakstand XL, de lagere Muurvoet, de binnenhoek van het lagere metselwerk, de buitenhoek van het hogere metselwerk, de horizontale dilatatie, de dakopbouw, de houten dekplank, de daktrim en de waterkering overeenkomt met de projectspecifieke detaillering.

Controleer vooral de aansluiting op het casco. De Dakstand XL wordt uitgevoerd met optie BB(L/R) en moet als eerste element correct worden gepositioneerd.

Controleer ook of er voldoende ruimte is om de losse buitenhoek van de waterkering boven het opzetblok en de waterkerende aansluiting tussen Dakstand XL en Muurvoet in het werk correct uit te voeren.

Stap 2 — Dakstand XL plaatsen

Plaats eerst de Dakstand XL conform de werktekening en het verwerkingsvoorschrift. De werktekening is nodig voor de juiste positie en typeaanduiding van de elementen. Volgens het verwerkingsvoorschrift worden eerst de hoeken geplaatst, daarna de bijzondere elementen en vervolgens de overige elementen.

Controleer of de Dakstand XL is uitgevoerd met optie BB(L/R).

Controleer tijdens plaatsing of de houten balusters, vloerankers en/of wandankers correct kunnen worden bevestigd aan de constructieve vloer en/of wand.

Controleer dat de Dakstand XL waterpas en stabiel staat voordat de lagere Muurvoet wordt geplaatst.

Controleer na het plaatsen, stellen en verankeren van de Dakstand XL of de aansluiting tussen het element en de ondergrond luchtdicht wordt afgewerkt. Schuim de naad tussen de Dakstand XL en de dakvloer en de onderlinge aansluitingen tussen de elementen af met Flex-PUR of montage-PUR. Snijd overtollige PUR na uitharden weg.

Stap 3 — Opzetblok en losse buitenhoek waterkering controleren

Controleer of het fabrieksmatig aangebrachte opzetblok op de Dakstand XL aanwezig is en correct is gepositioneerd. Dit opzetblok is twee lagen metselwerk hoog en zorgt voor voldoende hoogte om de waterkering aan te kunnen brengen.

Controleer of de los meegeleverde buitenhoek voor de waterkering aanwezig is. Deze buitenhoek moet in het werk worden aangebracht.

Breng de losse buitenhoek van de waterkering boven het opzetblok zorgvuldig aan volgens de projectspecifieke detaillering. Controleer dat deze buitenhoek goed aansluit op de overige waterkerende lagen, voldoende overlap heeft en niet beschadigd, geplooid of afgekneld wordt.

Stap 4 — Lagere Muurvoet plaatsen

Plaats na de Dakstand XL de lagere Muurvoet.

Controleer of de Muurvoet is uitgevoerd met optie AD(L/R). Deze optie zorgt ervoor dat er voldoende waterkering aanwezig is om de aansluiting tussen de lagere Muurvoet en de Dakstand XLwaterdicht te kunnen maken.

Controleer vóór het definitief stellen of de positie van de Muurvoetgoed aansluit op de Dakstand XL, het opzetblok, de losse buitenhoek van de waterkering, het metselwerk en de dakopbouw.

Stap 5 — Waterkerende aansluiting tussen Muurvoet en Dakstand XL maken

Maak de waterkerende aansluiting tussen de lagere Muurvoeten de Dakstand XL in het werk.

Gebruik de waterkering van de Muurvoet met optie AD(L/R)om voldoende aansluiting te maken op de Dakstand XL. De verwerker vormt hierbij in het werk een waterkerende aansluiting tegen de Dakstand XL.

Controleer dat deze aansluiting goed aansluit op de losse buitenhoek van de waterkering boven het opzetblok. De aansluiting moet zodanig worden uitgevoerd dat water niet achter of onder de waterkering kan komen.

Controleer dat de waterkering voldoende overlap heeft, vrij ligt van beschadigingen en niet onder spanning, met tegenschot of met open naden wordt aangebracht.

Stap 6 — Horizontale dilatatie ter plaatse van de hoekaansluiting controleren

Controleer de horizontale dilatatie ter plaatse van de hoekaansluiting. Deze dilatatie ligt op de lijn van de bovenzijde van het lagere metselwerk.

Controleer dat het metselwerk ter plaatse van deze dilatatie vrij kan werken en dat de dilatatie niet wordt geblokkeerd door de Dakstand XL, de Muurvoet, de waterkering, de dakbedekking, de houten dekplank of de daktrim.

Controleer dat de waterkering en dakbedekking rondom deze dilatatie zodanig worden uitgevoerd dat de werking van de dilatatie behouden blijft.

Stap 7 — Dakbedekking, dekplank en daktrim afstemmen

Breng de dakbedekking aan conform de projectspecifieke dakdetails en de voorschriften van de dakbedekkingsfabrikant. De Dakstand XLis voorzien van een universele cacheerlaag en kan worden afgewerkt met verschillende dakbedekkingsmaterialen volgens de voorschriften van de fabrikant en geldende vakrichtlijnen.

Controleer dat de dakbedekking en de waterkering als afzonderlijke waterkerende lagen goed op elkaar zijn afgestemd.

Breng daarna de houten dekplank en daktrim aan volgens de projectspecifieke detaillering. Controleer dat de dekplank en daktrim de waterkering niet beschadigen, afknellen of blokkeren.

Stap 8 — Balusterjas en gevelzijde controleren

Wanneer een optionele balusterjas wordt toegepast, controleer dan of deze correct kan worden aangebracht aan de gevelzijde van de Dakstand XL.

De balusterjas is bedoeld als optionele aansluiting op gevelisolatie en wordt met meegeleverde schroeven en isolatieplaatjes rechtstreeks op de balusters bevestigd.

Controleer dat de balusterjas geen conflict veroorzaakt met de waterkering, de gevelafwerking, de Muurvoet, het opzetblok of de dakrandafwerking.

Stap 9 — Aansluiting metselwerk op Dakstand XL uitvoeren

Controleer vóór en tijdens het metselen of er voldoende ruimte aanwezig blijft tussen het gevelmetselwerk en de Dakstand XL.

Het metselwerk mag niet hard tegen de Dakstand XLaansluiten. Ter plaatse van deze aansluiting moet een dilatatie/voeg worden aangehouden, zodat werking van het metselwerk geen druk uitoefent op de Dakstand XL.

Werk deze aansluiting duurzaam wind- en waterdicht af. De voeg moet zodanig worden uitgevoerd dat winddruk geen regenwater in de naad tussen het metselwerk en de Dakstand XL kan blazen.

Controleer dat de afdichting de werking van de dilatatie niet blokkeert en dat de aansluiting past bij de overige waterkerende lagen van het detail.

Controle

  • Controleer of de Dakstand XL vóór de lagere Muurvoet     is geplaatst.

  • Controleer of bij de aansluiting op het casco het      hoogste element als uitgangspunt is genomen.

  • Controleer of de Dakstand XL is uitgevoerd      met optie BB(L/R).

  • Controleer of de lagere Muurvoet is      uitgevoerd met optie AD(L/R).

  • Controleer of de aansluiting van de binnenhoek van      het lagere metselwerk en de buitenhoek van het hogere metselwerk correct      is opgelost in de Dakstand XL.

  • Controleer of het fabrieksmatig aangebrachte      opzetblok op de Dakstand XL aanwezig is en correct is      gepositioneerd.

  • Controleer of het opzetblok twee lagen metselwerk      hoog is.

  • Controleer of de los meegeleverde buitenhoek voor      de waterkering aanwezig is en in het werk correct is aangebracht.

  • Controleer of de losse buitenhoek van de      waterkering goed aansluit op de waterkering boven het opzetblok en op de      overige waterkerende lagen.

  • Controleer of de waterkering boven het opzetblok      voldoende overlap heeft en vrij is van beschadigingen, plooien, open naden      en tegenschot.

  • Controleer of de waterkering van de Muurvoet     voldoende materiaal geeft om de aansluiting met de Dakstand XL     waterdicht uit te voeren.

  • Controleer of in het werk een waterkerende      aansluiting tegen de Dakstand XL is gevormd.

  • Controleer of de aansluiting tussen Muurvoet,      Dakstand XL, opzetblok, losse buitenhoek en waterkering zodanig is      uitgevoerd dat water niet achter of onder de waterkering kan komen.

  • Controleer of de horizontale dilatatie ter plaatse      van de hoekaansluiting aanwezig is.

  • Controleer of de horizontale dilatatie ligt op de      lijn van de bovenzijde van het lagere metselwerk.

  • Controleer of deze dilatatie vrij kan functioneren      en niet wordt geblokkeerd door metselwerk, Dakstand XL, Muurvoet,      waterkering, dakbedekking, houten dekplank of daktrim.

  • Controleer of de waterkering en dakbedekking rondom      de dilatatie correct zijn afgestemd.

  • Controleer of de Dakstand XL waterpas,      stabiel en conform de projectspecifieke werktekening is geplaatst.

  • Controleer of de houten balusters, vloerankers      en/of wandankers correct zijn bevestigd aan de constructieve vloer en/of      wand.

  • Controleer of de aansluiting tussen de Dakstand      XL en de ondergrond luchtdicht is afgewerkt en of de naden tussen de      elementen zijn afgeschuimd met Flex-PUR of montage-PUR.

  • Controleer of de dakbedekking en de waterkering als      afzonderlijke waterkerende lagen correct op elkaar zijn afgestemd.

  • Controleer of de houten dekplank met daktrim      correct kan worden aangebracht.

  • Controleer of de houten dekplank en daktrim de      waterkering niet beschadigen, afknellen of blokkeren.

  • Controleer, wanneer een optionele balusterjas     wordt toegepast, of deze voldoende ruimte heeft en geen conflict      veroorzaakt met de waterkering, gevelafwerking, Muurvoet, opzetblok      of dakrandafwerking.

  • Controleer vóór en tijdens het metselen of het      gevelmetselwerk niet hard tegen de Dakstand XL aansluit.

  • Controleer of tussen metselwerk en Dakstand XL     een dilatatie/voeg aanwezig is, zodat werking van het metselwerk geen druk      uitoefent op de Dakstand XL.

  • Controleer of deze voeg duurzaam wind- en      waterdicht is afgewerkt.

  • Controleer of winddruk geen regenwater in de naad      tussen metselwerk en Dakstand XL kan blazen.

  • Controleer of de afdichting van deze voeg de      werking van de dilatatie niet blokkeert.

Voor de Modelleur

Bij dit detail sluit een Dakstand XL met optie BB(L/R)aan op een lagere Muurvoet met optie AD(L/R) bij gevelmetselwerk. Controleer in het model of de Dakstand XL correct is gepositioneerd op de plaats waar de binnenhoek van het lagere metselwerk en de buitenhoek van het hogere metselwerk samenkomen.

Controleer of de Dakstand XL is uitgevoerd met optie BB(L/R). Deze optie is bepalend voor de aansluiting op het casco en voor de hoekoplossing in het metselwerk.

Controleer of de Dakstand XL als hoogste element correct is gepositioneerd bij de aansluiting op het casco. Bij deze aansluiting krijgt het hoogste element voorrang. Daarom wordt in dit detail eerst de Dakstand XL geplaatst en daarna pas de Muurvoet.

Controleer of de Dakstand XL is gemodelleerd met het fabrieksmatig aangebrachte opzetblok. Dit opzetblok is twee lagen metselwerk hoog en zorgt voor voldoende hoogte om de waterkering boven de Dakstand XLgoed aan te kunnen brengen.

Bij dit detail wordt een losse buitenhoek voor de waterkering meegeleverd. Modelleer en controleer voldoende ruimte om deze losse buitenhoek in het werk aan te brengen en waterdicht aan te sluiten op de overige waterkerende lagen.

Controleer of de aansluitende lagere Muurvoet is uitgevoerd met optie AD(L/R). Deze optie zorgt ervoor dat er voldoende waterkering beschikbaar is om de aansluiting tussen de Muurvoet en de Dakstand XL in het werk waterdicht af te werken.

De waterkerende aansluiting moet zodanig worden voorbereid dat de verwerker in het werk een waterkerende aansluiting tegen de Dakstand XL kan maken. Controleer daarom de positie van de Muurvoet, de Dakstand XL, het opzetblok, de losse buitenhoek van de waterkering en de dakopbouw ten opzichte van elkaar.

Controleer de positie van de horizontale dilatatie ter plaatse van de hoekaansluiting. Deze dilatatie ligt op de lijn van de bovenzijde van het lagere metselwerk. De dilatatie moet kunnen functioneren zonder dat deze wordt geblokkeerd door de Dakstand XL, de Muurvoet, de waterkering, de dakbedekking of de daktrimafwerking.

Controleer of de houten balusters van de Dakstand XLen de bijbehorende vloer- en/of wandankers correct zijn gepositioneerd ten opzichte van de constructieve vloer en/of wand. De Dakstand XL is opgebouwd als een met houten balusters verstevigde Dakstand; de bouwkundige aansluiting wordt per project bepaald met vloer- en/of wandankers.

Controleer dat de balusters, vloerankers, wandankers en stelruimte niet conflicteren met de lagere Muurvoet, het opzetblok, de losse buitenhoek van de waterkering, de dakopbouw of de dakrandafwerking.

Wanneer een optionele balusterjas wordt toegepast, controleer dan of hiervoor voldoende ruimte aanwezig is aan de gevelzijde van de Dakstand XL. De balusterjas is bedoeld als optionele aansluiting op gevelisolatie en wordt rechtstreeks op de balusters bevestigd.

Controleer of de houten dekplank met daktrim correct kan aansluiten op de Dakstand XL, de lagere Muurvoet, het opzetblok, het metselwerk en de waterkerende lagen. De daktrimafwerking mag de waterkering niet beschadigen, afknellen of blokkeren.

Controleer tot slot ter plaatse van de aansluiting tussen het gevelmetselwerk en de Dakstand XL of voldoende ruimte is opgenomen voor een dilatatie/voeg. Het metselwerk mag niet hard tegen de Dakstand XLaansluiten, zodat werking van het metselwerk geen druk uitoefent op de Dakstand XL.

Deze aansluiting moet in de uitvoering duurzaam wind- en waterdicht kunnen worden afgewerkt. Modelleer de aansluiting daarom zodanig dat regenwater niet door winddruk in de naad tussen het metselwerk en de Dakstand XL kan worden geblazen.

Waar kijk ik naar

Ik kijk naar een bouwknoop waarbij een Dakstand XLmet optie BB(L/R) aansluit op een lagere Muurvoet met optie AD(L/R)bij gevelmetselwerk.

In dit detail wordt de aansluiting van de binnenhoek van het lagere metselwerk en de buitenhoek van het hogere metselwerkopgelost in de Dakstand XL. De Dakstand XL heeft hiervoor de optie BB(L/R). Deze optie combineert de aansluiting op het casco met de hoekoplossing in het metselwerk.

De Dakstand XL wordt in dit detail vóór de Muurvoetgeplaatst, omdat bij de aansluiting op het casco het hoogste element voorrang heeft.

Op de Dakstand XL wordt fabrieksmatig een opzetblok aangebracht om voldoende hoogte te maken voor de waterkering. Dit opzetblok is twee lagen metselwerk hoog.

Bij dit detail wordt een losse buitenhoek voor de waterkering meegeleverd. Deze buitenhoek moet in het werk worden aangebracht en waterdicht worden aangesloten op de overige waterkerende lagen.

De aansluitende lagere Muurvoet wordt uitgevoerd met optie AD(L/R). Deze optie zorgt ervoor dat er voldoende waterkering beschikbaar is om de aansluiting tussen Muurvoet en Dakstand XLin het werk waterdicht af te werken.

Het kritische punt in dit detail is de combinatie van de waterkerende aansluiting, de hoekoplossing in de Dakstand XL en de horizontale dilatatie ter plaatse van de hoekaansluiting. De horizontale dilatatie moet vrij kunnen functioneren en mag niet worden geblokkeerd door metselwerk, waterkering, dakbedekking of daktrimafwerking.

De dakrand wordt afgewerkt met een houten dekplank met daktrim. Bij dit detail moet ook rekening worden gehouden met de opbouw van de Dakstand XL, waaronder de houten balusters en de bevestiging aan de constructieve vloer en/of wand.

Voor tijdens de Uitvoering

Neem de verwerkingsvoorschriften van de Dakstand XLen de Muurvoet grondig door en volg deze voorschriften op. Deze tekst is bedoeld als aanvulling op de verwerkingsvoorschriften voor deze specifieke bouwknoop.

Let er bij dit detail op dat de Dakstand XL eerst wordt geplaatst en daarna pas de lagere Muurvoet. Bij de aansluiting op het casco heeft het hoogste element voorrang.

Stap 1 — Ondergrond en maatvoering controleren

Controleer vóór plaatsing of de maatvoering van de Dakstand XL, de lagere Muurvoet, de binnenhoek van het lagere metselwerk, de buitenhoek van het hogere metselwerk, de horizontale dilatatie, de dakopbouw, de houten dekplank, de daktrim en de waterkering overeenkomt met de projectspecifieke detaillering.

Controleer vooral de aansluiting op het casco. De Dakstand XL wordt uitgevoerd met optie BB(L/R) en moet als eerste element correct worden gepositioneerd.

Controleer ook of er voldoende ruimte is om de losse buitenhoek van de waterkering boven het opzetblok en de waterkerende aansluiting tussen Dakstand XL en Muurvoet in het werk correct uit te voeren.

Stap 2 — Dakstand XL plaatsen

Plaats eerst de Dakstand XL conform de werktekening en het verwerkingsvoorschrift. De werktekening is nodig voor de juiste positie en typeaanduiding van de elementen. Volgens het verwerkingsvoorschrift worden eerst de hoeken geplaatst, daarna de bijzondere elementen en vervolgens de overige elementen.

Controleer of de Dakstand XL is uitgevoerd met optie BB(L/R).

Controleer tijdens plaatsing of de houten balusters, vloerankers en/of wandankers correct kunnen worden bevestigd aan de constructieve vloer en/of wand.

Controleer dat de Dakstand XL waterpas en stabiel staat voordat de lagere Muurvoet wordt geplaatst.

Controleer na het plaatsen, stellen en verankeren van de Dakstand XL of de aansluiting tussen het element en de ondergrond luchtdicht wordt afgewerkt. Schuim de naad tussen de Dakstand XL en de dakvloer en de onderlinge aansluitingen tussen de elementen af met Flex-PUR of montage-PUR. Snijd overtollige PUR na uitharden weg.

Stap 3 — Opzetblok en losse buitenhoek waterkering controleren

Controleer of het fabrieksmatig aangebrachte opzetblok op de Dakstand XL aanwezig is en correct is gepositioneerd. Dit opzetblok is twee lagen metselwerk hoog en zorgt voor voldoende hoogte om de waterkering aan te kunnen brengen.

Controleer of de los meegeleverde buitenhoek voor de waterkering aanwezig is. Deze buitenhoek moet in het werk worden aangebracht.

Breng de losse buitenhoek van de waterkering boven het opzetblok zorgvuldig aan volgens de projectspecifieke detaillering. Controleer dat deze buitenhoek goed aansluit op de overige waterkerende lagen, voldoende overlap heeft en niet beschadigd, geplooid of afgekneld wordt.

Stap 4 — Lagere Muurvoet plaatsen

Plaats na de Dakstand XL de lagere Muurvoet.

Controleer of de Muurvoet is uitgevoerd met optie AD(L/R). Deze optie zorgt ervoor dat er voldoende waterkering aanwezig is om de aansluiting tussen de lagere Muurvoet en de Dakstand XLwaterdicht te kunnen maken.

Controleer vóór het definitief stellen of de positie van de Muurvoetgoed aansluit op de Dakstand XL, het opzetblok, de losse buitenhoek van de waterkering, het metselwerk en de dakopbouw.

Stap 5 — Waterkerende aansluiting tussen Muurvoet en Dakstand XL maken

Maak de waterkerende aansluiting tussen de lagere Muurvoeten de Dakstand XL in het werk.

Gebruik de waterkering van de Muurvoet met optie AD(L/R)om voldoende aansluiting te maken op de Dakstand XL. De verwerker vormt hierbij in het werk een waterkerende aansluiting tegen de Dakstand XL.

Controleer dat deze aansluiting goed aansluit op de losse buitenhoek van de waterkering boven het opzetblok. De aansluiting moet zodanig worden uitgevoerd dat water niet achter of onder de waterkering kan komen.

Controleer dat de waterkering voldoende overlap heeft, vrij ligt van beschadigingen en niet onder spanning, met tegenschot of met open naden wordt aangebracht.

Stap 6 — Horizontale dilatatie ter plaatse van de hoekaansluiting controleren

Controleer de horizontale dilatatie ter plaatse van de hoekaansluiting. Deze dilatatie ligt op de lijn van de bovenzijde van het lagere metselwerk.

Controleer dat het metselwerk ter plaatse van deze dilatatie vrij kan werken en dat de dilatatie niet wordt geblokkeerd door de Dakstand XL, de Muurvoet, de waterkering, de dakbedekking, de houten dekplank of de daktrim.

Controleer dat de waterkering en dakbedekking rondom deze dilatatie zodanig worden uitgevoerd dat de werking van de dilatatie behouden blijft.

Stap 7 — Dakbedekking, dekplank en daktrim afstemmen

Breng de dakbedekking aan conform de projectspecifieke dakdetails en de voorschriften van de dakbedekkingsfabrikant. De Dakstand XLis voorzien van een universele cacheerlaag en kan worden afgewerkt met verschillende dakbedekkingsmaterialen volgens de voorschriften van de fabrikant en geldende vakrichtlijnen.

Controleer dat de dakbedekking en de waterkering als afzonderlijke waterkerende lagen goed op elkaar zijn afgestemd.

Breng daarna de houten dekplank en daktrim aan volgens de projectspecifieke detaillering. Controleer dat de dekplank en daktrim de waterkering niet beschadigen, afknellen of blokkeren.

Stap 8 — Balusterjas en gevelzijde controleren

Wanneer een optionele balusterjas wordt toegepast, controleer dan of deze correct kan worden aangebracht aan de gevelzijde van de Dakstand XL.

De balusterjas is bedoeld als optionele aansluiting op gevelisolatie en wordt met meegeleverde schroeven en isolatieplaatjes rechtstreeks op de balusters bevestigd.

Controleer dat de balusterjas geen conflict veroorzaakt met de waterkering, de gevelafwerking, de Muurvoet, het opzetblok of de dakrandafwerking.

Stap 9 — Aansluiting metselwerk op Dakstand XL uitvoeren

Controleer vóór en tijdens het metselen of er voldoende ruimte aanwezig blijft tussen het gevelmetselwerk en de Dakstand XL.

Het metselwerk mag niet hard tegen de Dakstand XLaansluiten. Ter plaatse van deze aansluiting moet een dilatatie/voeg worden aangehouden, zodat werking van het metselwerk geen druk uitoefent op de Dakstand XL.

Werk deze aansluiting duurzaam wind- en waterdicht af. De voeg moet zodanig worden uitgevoerd dat winddruk geen regenwater in de naad tussen het metselwerk en de Dakstand XL kan blazen.

Controleer dat de afdichting de werking van de dilatatie niet blokkeert en dat de aansluiting past bij de overige waterkerende lagen van het detail.

Controle

  • Controleer of de Dakstand XL vóór de lagere Muurvoet     is geplaatst.

  • Controleer of bij de aansluiting op het casco het      hoogste element als uitgangspunt is genomen.

  • Controleer of de Dakstand XL is uitgevoerd      met optie BB(L/R).

  • Controleer of de lagere Muurvoet is      uitgevoerd met optie AD(L/R).

  • Controleer of de aansluiting van de binnenhoek van      het lagere metselwerk en de buitenhoek van het hogere metselwerk correct      is opgelost in de Dakstand XL.

  • Controleer of het fabrieksmatig aangebrachte      opzetblok op de Dakstand XL aanwezig is en correct is      gepositioneerd.

  • Controleer of het opzetblok twee lagen metselwerk      hoog is.

  • Controleer of de los meegeleverde buitenhoek voor      de waterkering aanwezig is en in het werk correct is aangebracht.

  • Controleer of de losse buitenhoek van de      waterkering goed aansluit op de waterkering boven het opzetblok en op de      overige waterkerende lagen.

  • Controleer of de waterkering boven het opzetblok      voldoende overlap heeft en vrij is van beschadigingen, plooien, open naden      en tegenschot.

  • Controleer of de waterkering van de Muurvoet     voldoende materiaal geeft om de aansluiting met de Dakstand XL     waterdicht uit te voeren.

  • Controleer of in het werk een waterkerende      aansluiting tegen de Dakstand XL is gevormd.

  • Controleer of de aansluiting tussen Muurvoet,      Dakstand XL, opzetblok, losse buitenhoek en waterkering zodanig is      uitgevoerd dat water niet achter of onder de waterkering kan komen.

  • Controleer of de horizontale dilatatie ter plaatse      van de hoekaansluiting aanwezig is.

  • Controleer of de horizontale dilatatie ligt op de      lijn van de bovenzijde van het lagere metselwerk.

  • Controleer of deze dilatatie vrij kan functioneren      en niet wordt geblokkeerd door metselwerk, Dakstand XL, Muurvoet,      waterkering, dakbedekking, houten dekplank of daktrim.

  • Controleer of de waterkering en dakbedekking rondom      de dilatatie correct zijn afgestemd.

  • Controleer of de Dakstand XL waterpas,      stabiel en conform de projectspecifieke werktekening is geplaatst.

  • Controleer of de houten balusters, vloerankers      en/of wandankers correct zijn bevestigd aan de constructieve vloer en/of      wand.

  • Controleer of de aansluiting tussen de Dakstand      XL en de ondergrond luchtdicht is afgewerkt en of de naden tussen de      elementen zijn afgeschuimd met Flex-PUR of montage-PUR.

  • Controleer of de dakbedekking en de waterkering als      afzonderlijke waterkerende lagen correct op elkaar zijn afgestemd.

  • Controleer of de houten dekplank met daktrim      correct kan worden aangebracht.

  • Controleer of de houten dekplank en daktrim de      waterkering niet beschadigen, afknellen of blokkeren.

  • Controleer, wanneer een optionele balusterjas     wordt toegepast, of deze voldoende ruimte heeft en geen conflict      veroorzaakt met de waterkering, gevelafwerking, Muurvoet, opzetblok      of dakrandafwerking.

  • Controleer vóór en tijdens het metselen of het      gevelmetselwerk niet hard tegen de Dakstand XL aansluit.

  • Controleer of tussen metselwerk en Dakstand XL     een dilatatie/voeg aanwezig is, zodat werking van het metselwerk geen druk      uitoefent op de Dakstand XL.

  • Controleer of deze voeg duurzaam wind- en      waterdicht is afgewerkt.

  • Controleer of winddruk geen regenwater in de naad      tussen metselwerk en Dakstand XL kan blazen.

  • Controleer of de afdichting van deze voeg de      werking van de dilatatie niet blokkeert.

Bouwknoop 05 XL

.



tik op de afbeelding voor 3D
bottom of page