
Waar kijk ik naar
Ik kijk naar een bouwknoop waarbij een Dakstand XL aansluit op een lagere Muurvoet bij gevelmetselwerk. De Dakstand XL wordt in dit detail vóór de Muurvoetgeplaatst, omdat bij de aansluiting op het casco het hoogste element voorrang heeft.
De Dakstand XL wordt uitgevoerd met optie AC(L/R). Dit is de aansluiting op het casco. Op de Dakstand XL wordt fabrieksmatig een opzetblok aangebracht om voldoende hoogte te maken voor de waterkering. Dit opzetblok is twee lagen metselwerk hoog.
Bij dit opzetblok wordt los één meter waterkering meegeleverd. Deze waterkering moet in het werk worden aangebracht.
De lagere Muurvoet wordt uitgevoerd met optie AD(L/R). Deze optie zorgt ervoor dat er voldoende waterkering beschikbaar is om de aansluiting tussen Muurvoet en Dakstand XL in het werk waterdicht af te werken.
Het kritische punt in dit detail is de waterkerende aansluiting tussen de lagere Muurvoet, de Dakstand XL en de los meegeleverde waterkering boven het opzetblok. De verwerker vormt hierbij in het werk een waterkerend bakje tegen de Dakstand XL.
De dakrand wordt afgewerkt met een betonnen afdekker. Bij dit detail moet ook rekening worden gehouden met de opbouw van de Dakstand XL, waaronder de houten balusters en de bevestiging aan de constructieve vloer en/of wand.
Voor de Modelleur
Bij dit detail sluit een Dakstand XL aan op een lagere Muurvoet bij gevelmetselwerk. Controleer in het model of de Dakstand XL als hoogste element correct is gepositioneerd bij de aansluiting op het casco. Bij deze aansluiting krijgt het hoogste element voorrang. Daarom wordt in dit detail eerst de Dakstand XLgeplaatst en daarna pas de Muurvoet.
Controleer of de Dakstand XLis uitgevoerd met optie AC(L/R). Deze optie vormt de aansluiting op het casco en is bepalend voor de positie van de Dakstand XL ten opzichte van de constructieve vloer en/of wand.
Controleer of de Dakstand XLis gemodelleerd met het fabrieksmatig aangebrachte opzetblok. Dit opzetblok is twee lagen metselwerk hoog en zorgt voor voldoende hoogte om de waterkering boven de Dakstand XL goed aan te kunnen brengen.
Bij het opzetblok wordt los één meter waterkering meegeleverd. Modelleer en controleer voldoende ruimte om deze waterkering in het werk aan te brengen en correct aan te sluiten boven het opzetblok.
Controleer of de lagere Muurvoetis uitgevoerd met optie AD(L/R). Deze optie zorgt ervoor dat er voldoende waterkering beschikbaar is om de aansluiting tussen de Muurvoeten de Dakstand XL in het werk waterdicht af te werken.
De waterkerende aansluiting moet zodanig worden voorbereid dat de verwerker in het werk een waterkerend bakje tegen de Dakstand XL kan vormen. Controleer daarom de positie van de Muurvoet, de Dakstand XL, het opzetblok en de waterkering ten opzichte van elkaar.
Controleer ter plaatse van de aansluiting tussen het gevelmetselwerk en de Dakstand XL of voldoende ruimte is opgenomen voor een dilatatie/voeg. Het metselwerk mag niet hard tegen de Dakstand XL aansluiten, zodat werking van het metselwerk geen druk uitoefent op de Dakstand XL.
Deze aansluiting moet in de uitvoering duurzaam wind- en waterdicht kunnen worden afgewerkt. Modelleer de aansluiting daarom zodanig dat regenwater niet door winddruk in de naad tussen het metselwerk en de Dakstand XL kan worden geblazen.
Controleer of de houten balusters van de Dakstand XL en de bijbehorende vloer- en/of wandankers correct zijn gepositioneerd ten opzichte van de constructieve vloer en/of wand. De Dakstand XL is opgebouwd als een met houten balusters verstevigde Dakstand; de bouwkundige aansluiting wordt per project bepaald met vloer- en/of wandankers.
Controleer dat de balusters, vloerankers, wandankers en stelruimte niet conflicteren met de lagere Muurvoet, het opzetblok, de waterkering, de dakopbouw of de betonnen afdekker.
Wanneer een optionele balusterjaswordt toegepast, controleer dan of hiervoor voldoende ruimte aanwezig is aan de gevelzijde van de Dakstand XL. De balusterjas is bedoeld als optionele aansluiting op gevelisolatie en wordt rechtstreeks op de balusters bevestigd.
Controleer bij deze variant of de Dakstand XL aan de bovenzijde is uitgevoerd met de fabrieksmatig aangebrachte houten strook/multiplex afdekplaat voor de betonnen afdekker. Deze voorziening is nodig om de betonnen afdekker correct te kunnen opleggen en fixeren. Controleer of de positie van deze afdekvoorziening aansluit op het metselwerk, de dakbedekking en de waterkerende lagen.
De betonnen afdekker mag de waterkering niet beschadigen, afknellen of blokkeren.
De betonnen afdekker is de zichtbare dakrandafwerking en bescherming van de bovenzijde, maar is niet de primaire waterkering. De waterdichting moet worden verzorgd door de dakbedekking en de waterkerende lagen in het detail.
Voor tijdens de Uitvoering
Neem de verwerkingsvoorschriften van de Dakstand XL en de Muurvoet grondig door en volg deze voorschriften op. Deze tekst is bedoeld als aanvulling op de verwerkingsvoorschriften voor deze specifieke bouwknoop.
Let er bij dit detail op dat de Dakstand XL eerst wordt geplaatst en daarna pas de lagere Muurvoet. Bij de aansluiting op het casco heeft het hoogste element voorrang.
Stap 1 — Ondergrond en maatvoering controleren
Controleer vóór plaatsing of de maatvoering van de Dakstand XL, de lagere Muurvoet, het metselwerk, de dakopbouw, de betonnen afdekker en de waterkering overeenkomt met de projectspecifieke detaillering.
Controleer vooral de aansluiting op het casco. De Dakstand XL wordt uitgevoerd met optie AC(L/R)en moet als eerste element correct worden gepositioneerd.
Controleer ook of er voldoende ruimte is om de waterkering boven het opzetblok en de waterkerende aansluiting tussen Dakstand XL en Muurvoet in het werk correct uit te voeren.
Stap 2 — Dakstand XL plaatsen
Plaats eerst de Dakstand XLconform de werktekening en het verwerkingsvoorschrift. De werktekening is nodig voor de juiste positie en typeaanduiding van de elementen. Volgens het verwerkingsvoorschrift worden eerst de hoeken geplaatst, daarna de bijzondere elementen en vervolgens de overige elementen.
Controleer of de Dakstand XLis uitgevoerd met optie AC(L/R). Deze optie vormt de aansluiting op het casco.
Controleer tijdens plaatsing of de houten balusters, vloerankers en/of wandankers correct kunnen worden bevestigd aan de constructieve vloer en/of wand.
Controleer dat de Dakstand XLwaterpas en stabiel staat voordat de lagere Muurvoet wordt geplaatst.
Controleer na het plaatsen, stellen en verankeren van de Dakstand XL of de aansluiting tussen het element en de ondergrond luchtdicht wordt afgewerkt. Schuim de naad tussen de Dakstand XL en de dakvloer en de onderlinge aansluitingen tussen de elementen af met Flex-PUR of montage-PUR. Snijd overtollige PUR na uitharden weg.
Stap 3 — Opzetblok en losse waterkering controleren
Controleer of het fabrieksmatig aangebrachte opzetblok op de Dakstand XL aanwezig is en correct is gepositioneerd. Dit opzetblok is twee lagen metselwerk hoog en zorgt voor voldoende hoogte om de waterkering aan te kunnen brengen.
Controleer of de los meegeleverde meter waterkering bij het opzetblok aanwezig is. Deze waterkering moet in het werk worden aangebracht.
Breng de waterkering boven het opzetblok zorgvuldig aan volgens de projectspecifieke detaillering. Controleer dat deze waterkering goed aansluit, voldoende overlap heeft en niet beschadigd, geplooid of afgekneld wordt.
Stap 4 — Lagere Muurvoet plaatsen
Plaats na de Dakstand XL de lagere Muurvoet.
Controleer of de Muurvoetis uitgevoerd met optie AD(L/R). Deze optie zorgt ervoor dat er voldoende waterkering aanwezig is om de aansluiting tussen de lagere Muurvoeten de Dakstand XL waterdicht te kunnen maken.
Controleer vóór het definitief stellen of de positie van de Muurvoet goed aansluit op de Dakstand XL, het opzetblok, het metselwerk en de dakopbouw.
Stap 5 — Aansluiting metselwerk op Dakstand XL controleren
Controleer vóór het metselen of er voldoende ruimte aanwezig is tussen het gevelmetselwerk en de Dakstand XL.
Het metselwerk mag niet hard tegen de Dakstand XL aansluiten. Ter plaatse van deze aansluiting moet een dilatatie/voeg worden aangehouden, zodat werking van het metselwerk geen druk uitoefent op de Dakstand XL.
Werk deze aansluiting duurzaam wind- en waterdicht af. De voeg moet zodanig worden uitgevoerd dat winddruk geen regenwater in de naad tussen het metselwerk en de Dakstand XL kan blazen.
Controleer dat deze afdichting de werking van de dilatatie niet blokkeert en dat de aansluiting blijvend aansluit op de overige waterkerende lagen van het detail.
Stap 6 — Waterkerende aansluiting tussen Muurvoet en Dakstand XL maken
Maak de waterkerende aansluiting tussen de lagere Muurvoet en de Dakstand XL in het werk.
Gebruik de waterkering van de Muurvoetmet optie AD(L/R) om voldoende aansluiting te maken op de Dakstand XL. De verwerker vormt hierbij in het werk een waterkerend bakje tegen de Dakstand XL.
Controleer dat dit bakje goed aansluit op de waterkering boven het opzetblok. De aansluiting moet zodanig worden uitgevoerd dat water niet achter of onder de waterkering kan komen.
Controleer dat de waterkering voldoende overlap heeft, vrij ligt van beschadigingen en niet onder spanning, met tegenschot of met open naden wordt aangebracht.
Stap 7 — Dakbedekking en betonnen afdekker afstemmen
Breng de dakbedekking aan conform de projectspecifieke dakdetails en de voorschriften van de dakbedekkingsfabrikant. De Dakstand XL is voorzien van een universele cacheerlaag en kan worden afgewerkt met verschillende dakbedekkingsmaterialen volgens de voorschriften van de fabrikant en geldende vakrichtlijnen.
Controleer dat de dakbedekking en de waterkering als afzonderlijke waterkerende lagen goed op elkaar zijn afgestemd.
Bij toepassing van een betonnen afdekker wordt de Dakstand XL aan de bovenzijde voorzien van een fabrieksmatig aangebrachte houten strook/multiplex afdekplaat.
Controleer vóór het plaatsen van de betonnen afdekker of deze voorziening aanwezig, onbeschadigd en correct gepositioneerd is. Bij toepassing van een betonnen afdekker is de Dakstand XL aan de bovenzijde fabrieksmatig voorzien van een 18 mm houten strook/multiplex afdekplaat.
Controleer of de dakbedekking correct over de bovenzijde van de Dakstand XL kan worden doorgezet en goed aansluit op het metselwerk en de waterkerende lagen.
Plaats de betonnen afdekker volgens de projectspecifieke detaillering en de voorschriften van de fabrikant van de afdekker. Controleer dat de betonnen afdekker correct wordt opgelegd en gefixeerd op de daarvoor bedoelde voorziening.
De betonnen afdekker mag de dakbedekking en waterkerende lagen niet beschadigen, afknellen of blokkeren. Let erop dat de betonnen afdekker niet als primaire waterkering wordt gezien. De waterdichting moet vóór het plaatsen van de afdekker correct zijn uitgevoerd.
Stap 8 — Balusterjas en gevelzijde controleren
Wanneer een optionele balusterjaswordt toegepast, controleer dan of deze correct kan worden aangebracht aan de gevelzijde van de Dakstand XL.
De balusterjas is bedoeld als optionele aansluiting op gevelisolatie en wordt met meegeleverde schroeven en isolatieplaatjes rechtstreeks op de balusters bevestigd.
Controleer dat de balusterjas geen conflict veroorzaakt met de waterkering, de gevelafwerking, de Muurvoet, het opzetblok of de betonnen afdekker.
Controle
Controleer of de Dakstand XL vóór de lagere Muurvoet is geplaatst.
Controleer of bij de aansluiting op het casco het hoogste element als uitgangspunt is genomen.
Controleer of de Dakstand XL is uitgevoerd met optie AC(L/R).
Controleer of de lagere Muurvoet is uitgevoerd met optie AD(L/R).
Controleer of het fabrieksmatig aangebrachte opzetblok op de Dakstand XL aanwezig is en correct is gepositioneerd.
Controleer of het opzetblok twee lagen metselwerk hoog is.
Controleer of de los meegeleverde meter waterkering bij het opzetblok aanwezig is en in het werk correct is aangebracht.
Controleer of de waterkering boven het opzetblok voldoende overlap heeft en vrij is van beschadigingen, plooien, open naden en tegenschot.
Controleer of de waterkering van de Muurvoet voldoende materiaal geeft om de aansluiting met de Dakstand XL waterdicht uit te voeren.
Controleer of in het werk een waterkerend bakje tegen de Dakstand XL is gevormd.
Controleer of dit bakje goed aansluit op de waterkering boven het opzetblok.
Controleer of de aansluiting tussen Muurvoet, Dakstand XL, opzetblok en waterkering zodanig is uitgevoerd dat water niet achter of onder de waterkering kan komen.
Controleer of het gevelmetselwerk niet hard tegen de Dakstand XL aansluit.
Controleer of tussen metselwerk en Dakstand XL een dilatatie/voeg aanwezig is, zodat werking van het metselwerk geen druk uitoefent op de Dakstand XL.
Controleer of deze voeg duurzaam wind- en waterdicht is afgewerkt.
Controleer of winddruk geen regenwater in de naad tussen metselwerk en Dakstand XL kan blazen.
Controleer of de afdichting van deze voeg de werking van de dilatatie niet blokkeert.
Controleer of de Dakstand XL waterpas, stabiel en conform de projectspecifieke werktekening is geplaatst.
Controleer of de houten balusters, vloerankers en/of wandankers correct zijn bevestigd aan de constructieve vloer en/of wand.
Controleer of de aansluiting tussen de Dakstand XL en de ondergrond luchtdicht is afgewerkt en of de naden tussen de elementen zijn afgeschuimd met Flex-PUR of montage-PUR.
Controleer of de dakbedekking en de waterkering als afzonderlijke waterkerende lagen correct op elkaar zijn afgestemd.
Controleer of de betonnen afdekker correct kan worden aangebracht.
Controleer of de betonnen afdekker de waterkering of dakbedekking niet beschadigt, afknelt of blokkeert.
Controleer of de betonnen afdekker niet als primaire waterkering wordt beschouwd; de waterdichting moet vóór het plaatsen van de afdekker correct zijn uitgevoerd.
Controleer, wanneer een optionele balusterjas wordt toegepast, of deze voldoende ruimte heeft en geen conflict veroorzaakt met de waterkering, gevelafwerking, Muurvoet, opzetblok of betonnen afdekker.
Voor de Modelleur
Bij dit detail sluit een Dakstand XL aan op een lagere Muurvoet bij gevelmetselwerk. Controleer in het model of de Dakstand XL als hoogste element correct is gepositioneerd bij de aansluiting op het casco. Bij deze aansluiting krijgt het hoogste element voorrang. Daarom wordt in dit detail eerst de Dakstand XLgeplaatst en daarna pas de Muurvoet.
Controleer of de Dakstand XLis uitgevoerd met optie AC(L/R). Deze optie vormt de aansluiting op het casco en is bepalend voor de positie van de Dakstand XL ten opzichte van de constructieve vloer en/of wand.
Controleer of de Dakstand XLis gemodelleerd met het fabrieksmatig aangebrachte opzetblok. Dit opzetblok is twee lagen metselwerk hoog en zorgt voor voldoende hoogte om de waterkering boven de Dakstand XL goed aan te kunnen brengen.
Bij het opzetblok wordt los één meter waterkering meegeleverd. Modelleer en controleer voldoende ruimte om deze waterkering in het werk aan te brengen en correct aan te sluiten boven het opzetblok.
Controleer of de lagere Muurvoetis uitgevoerd met optie AD(L/R). Deze optie zorgt ervoor dat er voldoende waterkering beschikbaar is om de aansluiting tussen de Muurvoeten de Dakstand XL in het werk waterdicht af te werken.
De waterkerende aansluiting moet zodanig worden voorbereid dat de verwerker in het werk een waterkerend bakje tegen de Dakstand XL kan vormen. Controleer daarom de positie van de Muurvoet, de Dakstand XL, het opzetblok en de waterkering ten opzichte van elkaar.
Controleer ter plaatse van de aansluiting tussen het gevelmetselwerk en de Dakstand XL of voldoende ruimte is opgenomen voor een dilatatie/voeg. Het metselwerk mag niet hard tegen de Dakstand XL aansluiten, zodat werking van het metselwerk geen druk uitoefent op de Dakstand XL.
Deze aansluiting moet in de uitvoering duurzaam wind- en waterdicht kunnen worden afgewerkt. Modelleer de aansluiting daarom zodanig dat regenwater niet door winddruk in de naad tussen het metselwerk en de Dakstand XL kan worden geblazen.
Controleer of de houten balusters van de Dakstand XL en de bijbehorende vloer- en/of wandankers correct zijn gepositioneerd ten opzichte van de constructieve vloer en/of wand. De Dakstand XL is opgebouwd als een met houten balusters verstevigde Dakstand; de bouwkundige aansluiting wordt per project bepaald met vloer- en/of wandankers.
Controleer dat de balusters, vloerankers, wandankers en stelruimte niet conflicteren met de lagere Muurvoet, het opzetblok, de waterkering, de dakopbouw of de betonnen afdekker.
Wanneer een optionele balusterjaswordt toegepast, controleer dan of hiervoor voldoende ruimte aanwezig is aan de gevelzijde van de Dakstand XL. De balusterjas is bedoeld als optionele aansluiting op gevelisolatie en wordt rechtstreeks op de balusters bevestigd.
Controleer bij deze variant of de Dakstand XL aan de bovenzijde is uitgevoerd met de fabrieksmatig aangebrachte houten strook/multiplex afdekplaat voor de betonnen afdekker. Deze voorziening is nodig om de betonnen afdekker correct te kunnen opleggen en fixeren. Controleer of de positie van deze afdekvoorziening aansluit op het metselwerk, de dakbedekking en de waterkerende lagen.
De betonnen afdekker mag de waterkering niet beschadigen, afknellen of blokkeren.
De betonnen afdekker is de zichtbare dakrandafwerking en bescherming van de bovenzijde, maar is niet de primaire waterkering. De waterdichting moet worden verzorgd door de dakbedekking en de waterkerende lagen in het detail.
Waar kijk ik naar
Ik kijk naar een bouwknoop waarbij een Dakstand XL aansluit op een lagere Muurvoet bij gevelmetselwerk. De Dakstand XL wordt in dit detail vóór de Muurvoetgeplaatst, omdat bij de aansluiting op het casco het hoogste element voorrang heeft.
De Dakstand XL wordt uitgevoerd met optie AC(L/R). Dit is de aansluiting op het casco. Op de Dakstand XL wordt fabrieksmatig een opzetblok aangebracht om voldoende hoogte te maken voor de waterkering. Dit opzetblok is twee lagen metselwerk hoog.
Bij dit opzetblok wordt los één meter waterkering meegeleverd. Deze waterkering moet in het werk worden aangebracht.
De lagere Muurvoet wordt uitgevoerd met optie AD(L/R). Deze optie zorgt ervoor dat er voldoende waterkering beschikbaar is om de aansluiting tussen Muurvoet en Dakstand XL in het werk waterdicht af te werken.
Het kritische punt in dit detail is de waterkerende aansluiting tussen de lagere Muurvoet, de Dakstand XL en de los meegeleverde waterkering boven het opzetblok. De verwerker vormt hierbij in het werk een waterkerend bakje tegen de Dakstand XL.
De dakrand wordt afgewerkt met een betonnen afdekker. Bij dit detail moet ook rekening worden gehouden met de opbouw van de Dakstand XL, waaronder de houten balusters en de bevestiging aan de constructieve vloer en/of wand.
Voor de Modelleur
Bij dit detail sluit een Dakstand XL aan op een lagere Muurvoet bij gevelmetselwerk. Controleer in het model of de Dakstand XL als hoogste element correct is gepositioneerd bij de aansluiting op het casco. Bij deze aansluiting krijgt het hoogste element voorrang. Daarom wordt in dit detail eerst de Dakstand XLgeplaatst en daarna pas de Muurvoet.
Controleer of de Dakstand XLis uitgevoerd met optie AC(L/R). Deze optie vormt de aansluiting op het casco en is bepalend voor de positie van de Dakstand XL ten opzichte van de constructieve vloer en/of wand.
Controleer of de Dakstand XLis gemodelleerd met het fabrieksmatig aangebrachte opzetblok. Dit opzetblok is twee lagen metselwerk hoog en zorgt voor voldoende hoogte om de waterkering boven de Dakstand XL goed aan te kunnen brengen.
Bij het opzetblok wordt los één meter waterkering meegeleverd. Modelleer en controleer voldoende ruimte om deze waterkering in het werk aan te brengen en correct aan te sluiten boven het opzetblok.
Controleer of de lagere Muurvoetis uitgevoerd met optie AD(L/R). Deze optie zorgt ervoor dat er voldoende waterkering beschikbaar is om de aansluiting tussen de Muurvoeten de Dakstand XL in het werk waterdicht af te werken.
De waterkerende aansluiting moet zodanig worden voorbereid dat de verwerker in het werk een waterkerend bakje tegen de Dakstand XL kan vormen. Controleer daarom de positie van de Muurvoet, de Dakstand XL, het opzetblok en de waterkering ten opzichte van elkaar.
Controleer ter plaatse van de aansluiting tussen het gevelmetselwerk en de Dakstand XL of voldoende ruimte is opgenomen voor een dilatatie/voeg. Het metselwerk mag niet hard tegen de Dakstand XL aansluiten, zodat werking van het metselwerk geen druk uitoefent op de Dakstand XL.
Deze aansluiting moet in de uitvoering duurzaam wind- en waterdicht kunnen worden afgewerkt. Modelleer de aansluiting daarom zodanig dat regenwater niet door winddruk in de naad tussen het metselwerk en de Dakstand XL kan worden geblazen.
Controleer of de houten balusters van de Dakstand XL en de bijbehorende vloer- en/of wandankers correct zijn gepositioneerd ten opzichte van de constructieve vloer en/of wand. De Dakstand XL is opgebouwd als een met houten balusters verstevigde Dakstand; de bouwkundige aansluiting wordt per project bepaald met vloer- en/of wandankers.
Controleer dat de balusters, vloerankers, wandankers en stelruimte niet conflicteren met de lagere Muurvoet, het opzetblok, de waterkering, de dakopbouw of de betonnen afdekker.
Wanneer een optionele balusterjaswordt toegepast, controleer dan of hiervoor voldoende ruimte aanwezig is aan de gevelzijde van de Dakstand XL. De balusterjas is bedoeld als optionele aansluiting op gevelisolatie en wordt rechtstreeks op de balusters bevestigd.
Controleer bij deze variant of de Dakstand XL aan de bovenzijde is uitgevoerd met de fabrieksmatig aangebrachte houten strook/multiplex afdekplaat voor de betonnen afdekker. Deze voorziening is nodig om de betonnen afdekker correct te kunnen opleggen en fixeren. Controleer of de positie van deze afdekvoorziening aansluit op het metselwerk, de dakbedekking en de waterkerende lagen.
De betonnen afdekker mag de waterkering niet beschadigen, afknellen of blokkeren.
De betonnen afdekker is de zichtbare dakrandafwerking en bescherming van de bovenzijde, maar is niet de primaire waterkering. De waterdichting moet worden verzorgd door de dakbedekking en de waterkerende lagen in het detail.
Voor tijdens de Uitvoering
Neem de verwerkingsvoorschriften van de Dakstand XL en de Muurvoet grondig door en volg deze voorschriften op. Deze tekst is bedoeld als aanvulling op de verwerkingsvoorschriften voor deze specifieke bouwknoop.
Let er bij dit detail op dat de Dakstand XL eerst wordt geplaatst en daarna pas de lagere Muurvoet. Bij de aansluiting op het casco heeft het hoogste element voorrang.
Stap 1 — Ondergrond en maatvoering controleren
Controleer vóór plaatsing of de maatvoering van de Dakstand XL, de lagere Muurvoet, het metselwerk, de dakopbouw, de betonnen afdekker en de waterkering overeenkomt met de projectspecifieke detaillering.
Controleer vooral de aansluiting op het casco. De Dakstand XL wordt uitgevoerd met optie AC(L/R)en moet als eerste element correct worden gepositioneerd.
Controleer ook of er voldoende ruimte is om de waterkering boven het opzetblok en de waterkerende aansluiting tussen Dakstand XL en Muurvoet in het werk correct uit te voeren.
Stap 2 — Dakstand XL plaatsen
Plaats eerst de Dakstand XLconform de werktekening en het verwerkingsvoorschrift. De werktekening is nodig voor de juiste positie en typeaanduiding van de elementen. Volgens het verwerkingsvoorschrift worden eerst de hoeken geplaatst, daarna de bijzondere elementen en vervolgens de overige elementen.
Controleer of de Dakstand XLis uitgevoerd met optie AC(L/R). Deze optie vormt de aansluiting op het casco.
Controleer tijdens plaatsing of de houten balusters, vloerankers en/of wandankers correct kunnen worden bevestigd aan de constructieve vloer en/of wand.
Controleer dat de Dakstand XLwaterpas en stabiel staat voordat de lagere Muurvoet wordt geplaatst.
Controleer na het plaatsen, stellen en verankeren van de Dakstand XL of de aansluiting tussen het element en de ondergrond luchtdicht wordt afgewerkt. Schuim de naad tussen de Dakstand XL en de dakvloer en de onderlinge aansluitingen tussen de elementen af met Flex-PUR of montage-PUR. Snijd overtollige PUR na uitharden weg.
Stap 3 — Opzetblok en losse waterkering controleren
Controleer of het fabrieksmatig aangebrachte opzetblok op de Dakstand XL aanwezig is en correct is gepositioneerd. Dit opzetblok is twee lagen metselwerk hoog en zorgt voor voldoende hoogte om de waterkering aan te kunnen brengen.
Controleer of de los meegeleverde meter waterkering bij het opzetblok aanwezig is. Deze waterkering moet in het werk worden aangebracht.
Breng de waterkering boven het opzetblok zorgvuldig aan volgens de projectspecifieke detaillering. Controleer dat deze waterkering goed aansluit, voldoende overlap heeft en niet beschadigd, geplooid of afgekneld wordt.
Stap 4 — Lagere Muurvoet plaatsen
Plaats na de Dakstand XL de lagere Muurvoet.
Controleer of de Muurvoetis uitgevoerd met optie AD(L/R). Deze optie zorgt ervoor dat er voldoende waterkering aanwezig is om de aansluiting tussen de lagere Muurvoeten de Dakstand XL waterdicht te kunnen maken.
Controleer vóór het definitief stellen of de positie van de Muurvoet goed aansluit op de Dakstand XL, het opzetblok, het metselwerk en de dakopbouw.
Stap 5 — Aansluiting metselwerk op Dakstand XL controleren
Controleer vóór het metselen of er voldoende ruimte aanwezig is tussen het gevelmetselwerk en de Dakstand XL.
Het metselwerk mag niet hard tegen de Dakstand XL aansluiten. Ter plaatse van deze aansluiting moet een dilatatie/voeg worden aangehouden, zodat werking van het metselwerk geen druk uitoefent op de Dakstand XL.
Werk deze aansluiting duurzaam wind- en waterdicht af. De voeg moet zodanig worden uitgevoerd dat winddruk geen regenwater in de naad tussen het metselwerk en de Dakstand XL kan blazen.
Controleer dat deze afdichting de werking van de dilatatie niet blokkeert en dat de aansluiting blijvend aansluit op de overige waterkerende lagen van het detail.
Stap 6 — Waterkerende aansluiting tussen Muurvoet en Dakstand XL maken
Maak de waterkerende aansluiting tussen de lagere Muurvoet en de Dakstand XL in het werk.
Gebruik de waterkering van de Muurvoetmet optie AD(L/R) om voldoende aansluiting te maken op de Dakstand XL. De verwerker vormt hierbij in het werk een waterkerend bakje tegen de Dakstand XL.
Controleer dat dit bakje goed aansluit op de waterkering boven het opzetblok. De aansluiting moet zodanig worden uitgevoerd dat water niet achter of onder de waterkering kan komen.
Controleer dat de waterkering voldoende overlap heeft, vrij ligt van beschadigingen en niet onder spanning, met tegenschot of met open naden wordt aangebracht.
Stap 7 — Dakbedekking en betonnen afdekker afstemmen
Breng de dakbedekking aan conform de projectspecifieke dakdetails en de voorschriften van de dakbedekkingsfabrikant. De Dakstand XL is voorzien van een universele cacheerlaag en kan worden afgewerkt met verschillende dakbedekkingsmaterialen volgens de voorschriften van de fabrikant en geldende vakrichtlijnen.
Controleer dat de dakbedekking en de waterkering als afzonderlijke waterkerende lagen goed op elkaar zijn afgestemd.
Bij toepassing van een betonnen afdekker wordt de Dakstand XL aan de bovenzijde voorzien van een fabrieksmatig aangebrachte houten strook/multiplex afdekplaat.
Controleer vóór het plaatsen van de betonnen afdekker of deze voorziening aanwezig, onbeschadigd en correct gepositioneerd is. Bij toepassing van een betonnen afdekker is de Dakstand XL aan de bovenzijde fabrieksmatig voorzien van een 18 mm houten strook/multiplex afdekplaat.
Controleer of de dakbedekking correct over de bovenzijde van de Dakstand XL kan worden doorgezet en goed aansluit op het metselwerk en de waterkerende lagen.
Plaats de betonnen afdekker volgens de projectspecifieke detaillering en de voorschriften van de fabrikant van de afdekker. Controleer dat de betonnen afdekker correct wordt opgelegd en gefixeerd op de daarvoor bedoelde voorziening.
De betonnen afdekker mag de dakbedekking en waterkerende lagen niet beschadigen, afknellen of blokkeren. Let erop dat de betonnen afdekker niet als primaire waterkering wordt gezien. De waterdichting moet vóór het plaatsen van de afdekker correct zijn uitgevoerd.
Stap 8 — Balusterjas en gevelzijde controleren
Wanneer een optionele balusterjaswordt toegepast, controleer dan of deze correct kan worden aangebracht aan de gevelzijde van de Dakstand XL.
De balusterjas is bedoeld als optionele aansluiting op gevelisolatie en wordt met meegeleverde schroeven en isolatieplaatjes rechtstreeks op de balusters bevestigd.
Controleer dat de balusterjas geen conflict veroorzaakt met de waterkering, de gevelafwerking, de Muurvoet, het opzetblok of de betonnen afdekker.
Controle
Controleer of de Dakstand XL vóór de lagere Muurvoet is geplaatst.
Controleer of bij de aansluiting op het casco het hoogste element als uitgangspunt is genomen.
Controleer of de Dakstand XL is uitgevoerd met optie AC(L/R).
Controleer of de lagere Muurvoet is uitgevoerd met optie AD(L/R).
Controleer of het fabrieksmatig aangebrachte opzetblok op de Dakstand XL aanwezig is en correct is gepositioneerd.
Controleer of het opzetblok twee lagen metselwerk hoog is.
Controleer of de los meegeleverde meter waterkering bij het opzetblok aanwezig is en in het werk correct is aangebracht.
Controleer of de waterkering boven het opzetblok voldoende overlap heeft en vrij is van beschadigingen, plooien, open naden en tegenschot.
Controleer of de waterkering van de Muurvoet voldoende materiaal geeft om de aansluiting met de Dakstand XL waterdicht uit te voeren.
Controleer of in het werk een waterkerend bakje tegen de Dakstand XL is gevormd.
Controleer of dit bakje goed aansluit op de waterkering boven het opzetblok.
Controleer of de aansluiting tussen Muurvoet, Dakstand XL, opzetblok en waterkering zodanig is uitgevoerd dat water niet achter of onder de waterkering kan komen.
Controleer of het gevelmetselwerk niet hard tegen de Dakstand XL aansluit.
Controleer of tussen metselwerk en Dakstand XL een dilatatie/voeg aanwezig is, zodat werking van het metselwerk geen druk uitoefent op de Dakstand XL.
Controleer of deze voeg duurzaam wind- en waterdicht is afgewerkt.
Controleer of winddruk geen regenwater in de naad tussen metselwerk en Dakstand XL kan blazen.
Controleer of de afdichting van deze voeg de werking van de dilatatie niet blokkeert.
Controleer of de Dakstand XL waterpas, stabiel en conform de projectspecifieke werktekening is geplaatst.
Controleer of de houten balusters, vloerankers en/of wandankers correct zijn bevestigd aan de constructieve vloer en/of wand.
Controleer of de aansluiting tussen de Dakstand XL en de ondergrond luchtdicht is afgewerkt en of de naden tussen de elementen zijn afgeschuimd met Flex-PUR of montage-PUR.
Controleer of de dakbedekking en de waterkering als afzonderlijke waterkerende lagen correct op elkaar zijn afgestemd.
Controleer of de betonnen afdekker correct kan worden aangebracht.
Controleer of de betonnen afdekker de waterkering of dakbedekking niet beschadigt, afknelt of blokkeert.
Controleer of de betonnen afdekker niet als primaire waterkering wordt beschouwd; de waterdichting moet vóór het plaatsen van de afdekker correct zijn uitgevoerd.
Controleer, wanneer een optionele balusterjas wordt toegepast, of deze voldoende ruimte heeft en geen conflict veroorzaakt met de waterkering, gevelafwerking, Muurvoet, opzetblok of betonnen afdekker.
Bouwknoop 02 XL
.
